Sociaal-democratie nu definitief verdeeld

http://irs.ub.rug.nl/dbi/45ffd5ff6426a

Sociaal-democratie nu definitief verdeeld: Met volwassen SP is het abonnement van de PvdA op de linkse stem verlopen

Gerrit Voerman; Paul Lucardie

Samenvatting:
De transformatie van de SP van linkse splinterpartij tot alternatief voor de PvdA zal deze partij waarschijnlijk

blijvend schaden, menen Gerrit Voerman en Paul Lucardie.

Volledige tekst:

De Provinciale Statenverkiezingen van gisteren hebben opnieuw aangetoond dat de structurele dominantie van de PvdA op de linkerzijde van het Nederlandse politieke spectrum, die zo’n halve eeuw heeft geduurd, haar langste tijd heeft gehad. De teloorgang van die ogenschijnlijk onaantastbare hegemonie heeft veel te maken met de opkomst van de SP. Van een maoïstisch, revolutionair splintergroepje groeide de SP in enkele decennia uit tot een reformistische, op hervormingen gerichte partij. De sluipende ‘sociaaldemocratisering’ van de SP maakte haar aantrekkelijker voor een deel van het kiezerskorps van de PvdA.

Vanaf haar oprichting in 1946 beheerste de PvdA de linkerkant van Nederland. Met hun ledental torenden de sociaal-democraten altijd hoog boven de linkse concurrenten uit (CPN, PSP en PPR, vanaf 1989 GroenLinks, sinds 1994 ook de SP). Dit veranderde in 2004, toen SP en GroenLinks voor het eerst gezamenlijk meer leden telden. Begin 2007 hadden deze partijen samen 74.000 leden (50.500 resp. 23.500), tegen 63.000 leden van de PvdA. Ook op electoraal terrein is de PvdA in het defensief geraakt. In de periode 1946-1998 waren de sociaal-democraten bij de Tweede Kamerverkiezingen gemiddeld goed voor bijna 82 procent van de linkse stemmen (dat wil zeggen het totale aantal stemmen dat is uitgebracht op de PvdA en haar linkse concurrenten). In 2006 zakte haar aandeel tot 50 procent en werden de linkse concurrenten in zeteltal gezamenlijk vrijwel net zo groot als de PvdA. Gisteren wonnen SP en GroenLinks samen (volgens de voorlopige uitslagen) zelfs één Statenzetel meer dan de PvdA.

Dat de traditionele sociaal-democratische overmacht beëindigd lijkt, is nauwelijks aan GroenLinks maar vrijwel uitsluitend aan de SP toe te schrijven. Ongetwijfeld heeft de PvdA zelf ook een aandeel in de teruggang. De partij is zich sinds de jaren tachtig aanzienlijk gematigder en pragmatischer gaan opstellen, mede doordat ze lange tijd (van 1989 tot 2002) regeringsverantwoordelijkheid droeg. De trek van de PvdA naar het
politieke midden bood de SP electorale mogelijkheden, die zij ook greep.

In het begin van de jaren zeventig was de SP een dogmatische, maoïstische en sektarische splinterpartij. Door zich verregaand aan te passen wist zij geleidelijk bij meer kiezers in beeld te komen. Eerst deed de partij afstand van Mao, later van Lenin. Stuwende kracht achter dit aanpassingsproces was de populistische oriëntatie van de SP, die in de maoïstische opvatting van de ‘massalijn’ besloten lag. Van meet af aan was de SP zeer beducht voor stellingnames die haar van de bevolking zouden kunnen isoleren. Op cruciale momenten in haar geschiedenis bleek zij bereid afstand te doen van opvattingen die een barrière vormden voor het winnen van nieuwe aanhang. Na het parlementaire debuut in 1994 realiseerde de partijtop zich dat het uitgesproken socialistische profiel van de partij verdere electorale groei zou kunnen belemmeren. Socialisme werd aan het eind van de jaren negentig door de SP teruggebracht tot de trits menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit – morele waarden waar niemand met goed fatsoen tegen kan zijn. De SP streeft tegenwoordig – evenals de PvdA – niet langer naar socialisatie van de productiemiddelen of planning van de productie, maar naar versterking van de sociale verzorgingsstaat en regulering van de markt, met iets meer overheidsinvloed dan in het ‘neoliberale’ bestel van tegenwoordig. Bovendien heeft de partij de parlementaire democratie principieel aanvaard. Deze positie lijkt ons kenmerkend voor de naoorlogse sociaal-democratie.
Als gevolg van deze sociaal-democratisering van de SP is de politieke en ideologische afstand tot de PvdA geringer geworden, hetgeen de overstap van PvdA-kiezers bij de laatste Kamer- en Statenverkiezingen zal hebben vergemakkelijkt. Naast een duidelijk sociaal-democratisch verkiezingsprogram heeft de SP echter nog meer te bieden, zoals een activistische inslag (die blijkt uit vele buitenparlementaire acties) en vooral ook een populaire lijsttrekker. Jan Marijnissen weet telkens weer op een authentieke en consistente wijze de ‘anti-neoliberale’ maatschappijkritiek te vertolken. In een tijd waarin de gevestigde partijen onder vuur liggen, kan het protestimago de SP electoraal ook hebben geholpen. De partij mag dan in 2002 van de ‘stem tegen’-strategie zijn afgestapt, het beeld van een anti-establishmentpartij zal bij velen niet geheel zijn uitgewist – al was het maar omdat de SP in de referendumcampagne tegen de Europese grondwet in 2005 zo’n prominente rol speelde.

Afgaande op de verkiezingsuitslagen van de laatste tijd lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat het abonnement van de PvdA op het leeuwendeel van de linkse stem verlopen is. Tegenwoordig kan geen enkele partij meer rekenen op een vast, substantieel deel van het electoraat. Dat geldt voor de PvdA, maar natuurlijk ook voor de SP. Kiezers laten zich in hun stemgedrag steeds minder leiden door kerkelijke gezindte en sociale klasse, maar meer door politieke factoren zoals het gevoerde beleid, of het vertrouwen in politici. De SP
heeft daarvan bij verschillende verkiezingen weten te profiteren, mede door haar opmerkelijke aanpassingsvermogen. Dat kan ook in de toekomst gebeuren.
Wanneer de PvdA zich als regeringspartij opnieuw genoopt ziet impopulaire maatregelen te nemen, zou de SP haar voorbij kunnen streven. Het is zelfs denkbaar dat de PvdA in de komende decennia het treurige lot van de Italiaanse Socialistische Partij zal delen, die in de tweede helft van de twintigste eeuw geleidelijk overschaduwd en uiteindelijk zelfs geheel platgedrukt werd door de zich naar het midden bewegende en ‘sociaal-democratiserende’ Communisten.

Het is echter ook mogelijk dat de PvdA bij een volgende verkiezing net als in 2003 haar weggelopen kiezers terughaalt. Als stemmentrekker Marijnissen van het politieke toneel verdwijnt, zal de SP zeker moeite hebben haar huidige electorale aanhang te behouden. In Duitsland en in Scandinavische landen zijn de sociaal-democratische partijen (nog steeds) veel groter dan hun linkse concurrenten – partijen waarmee de SP zich duidelijk verwant voelt. De sociaal-democratische partijen in deze landen lijken overigens (nog steeds) hechter geworteld in de samenleving dan de PvdA.

Welke van de twee scenario’s ook bewaarheid zal worden: zeker is wel dat de PvdA zich er op moet instellen dat zij niet alleen haar structurele hegemonie op links kwijt is, maar hoogstwaarschijnlijk ook haar monopoliepositie binnen de Nederlandse sociaal-democratie – door toedoen van de SP.

NOTES: Gerrit Voerman en Paul Lucardie zijn verbonden aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Eerstgenoemde auteur schrijft momenteel aan een geschiedenis van de SP. Een meer uitgebreide versie van deze analyse verschijnt in: Frans Becker en René Cuperus (redactie), ’22 november 2006′ dat op 30 maart verschijnt.; PvdA moet Italiaans voorbeeld vrezen

Dieser Beitrag wurde unter SP veröffentlicht. Setze ein Lesezeichen auf den Permalink.

Die Kommentarfunktion ist geschlossen.